Uitvoering van worpen
IHF · 2025Houding en loslaten · Fluitsignaal en fouten
Houding en loslaten
Bij een formele worp heeft de speler de bal vast en staat op de voorgeschreven plaats. Behalve bij een uitworp moet de werper vóór de uitvoering rechtop staan. Een deel van dezelfde voet houdt normaal contact met de vloer totdat de bal is losgelaten; voor uitworpen en beginworpen vanuit het beginworpgebied gelden uitzonderingen. Mede- en tegenstanders volgen de posities die bij die worp horen. Uit iedere worp kan direct worden gescoord, maar een uitworp met een niet in het spel zijnde bal kan geen rechtstreeks eigen doelpunt opleveren.
Fluitsignaal en fouten
Een beginworp en zevenmeterworp vereisen altijd een fluitsignaal. Bij andere worpen is dat onder meer nodig na een time-out, correctie van posities of bepaalde onderbrekingen. Na het signaal moet de bal binnen drie seconden worden gespeeld. Uitvoeringsfouten zonder voorafgaand fluitsignaal leiden normaal tot correctie en overnemen met fluitsignaal; fouten na het signaal geven doorgaans een vrije worp aan de tegenstander, met toepassing van voordeel. De werper mag de bal pas opnieuw aanraken nadat een andere speler of het doel is geraakt. Bij zevenmeterworpen geldt een extra beperking voor medespelers.
Bronnen & werkwijze ↗
