Zeilen
Wedstrijdregels en technische eisen: voorrang, starten, boeien, puntentelling, rompen, tuigage, zeilen en keuringen.
Spelregels
Vlootwedstrijden en reglementen
Zeilwedstrijden testen hoe efficiënt bemanningen wind en water benutten om een voorgeschreven baan af te leggen. Bij gewone vlootwedstrijden varen boten samen: ze starten, passeren merktekens in de juiste volgorde en finishen correct. De Regels voor Wedstrijdzeilen gelden naast klassenregels, de wedstrijdaankondiging en wedstrijdbepalingen. Alleen een algemene samenvatting lezen is niet voldoende.
Puntentelling en een serie winnen
Het standaard laagpuntensysteem geeft 1 punt voor de eerste plaats, 2 voor de tweede enzovoort. Het laagste serietotaal wint. Bij de standaardberekening wordt de slechtste wedstrijdscore afgetrokken, maar de wedstrijdaankondiging of wedstrijdbepalingen kunnen een ander aantal aftrekresultaten voorschrijven, of helemaal geen.
De startprocedure
De standaardstartprocedure geeft het waarschuwingssein op 5 minuten, het voorbereidingssein op 4, haalt de voorbereidingsvlag neer op 1 en start de wedstrijd op 0. De visuele seinen bepalen de tijden; een ontbrekend geluid verandert die niet. De wedstrijddocumenten kunnen een ander waarschuwingsinterval of een toegestane andere startprocedure voorschrijven.
Te vroeg starten en terugroepvlaggen
Een individuele terugroep gebruikt vlag X wanneer boten te vroeg over de lijn zijn of een toepasselijke startovertreding moeten herstellen. Een algemene terugroep laat de vloot opnieuw starten wanneer identificatie of de procedure is mislukt. Terugkeren is niet altijd genoeg: de voorbereidingsvlag bepaalt of aanvullende startbeperkingen of diskwalificatie gelden.
Wind van bakboord en stuurboord
Bij boten over verschillende boegen moet de boot met wind van bakboord vrij blijven van de boot met wind van stuurboord. De loefzijde bepaalt over welke boeg een boot vaart, niet de richting op een kaart. Vrij blijven betekent dat de boot met voorrang kan doorvaren zonder uitwijkmaatregelen te hoeven nemen.
Loef, lij en vrij achter
Bij dezelfde boeg moet een overlappende loefwaartse boot vrij blijven van de lijwaartse boot. Zonder overlap moet de boot die vrij achter ligt vrij blijven van de boot die vrij voor ligt. Overlap wordt beoordeeld aan de hand van rompen en uitrusting in normale positie; de definitie omvat ook een tussenliggende overlappende boot.
Overstag gaan en vrij blijven
Na het passeren van de positie recht in de wind moet een boot vrij blijven van andere boten totdat zij een aandewindse koers bereikt. Tijdens die fase gelden de gewone regels voor verschillende boegen, loef en lij en vrij achter niet voor haar. Een overstagmanoeuvre is dus pas voltooid wanneer meer is gebeurd dan alleen het zeil naar de andere kant brengen.
Contact vermijden en koers veranderen
Elke boot moet contact vermijden wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is, ook het veroorzaken van contact tussen andere boten of tussen een boot en een te vermijden object. Een boot met voorrang mag aanvankelijk wachten tot duidelijk is dat de andere niet vrij blijft of vereiste ruimte geeft, maar mag een vermijdbare aanvaring daarna niet negeren.
Merktekenruimte en de zone
De zone strekt zich rond een merkteken uit over 3 romplengten, gemeten met de dichtstbijzijnde boot. Waar de merktekenruimteregel geldt, bepaalt de overlap wanneer de eerste boot de zone bereikt normaal wie ruimte moet geven. Een buitenliggende overlappende boot geeft de binnenliggende boot ruimte voor de toepasselijke nadering, het ronden of passeren en het achter zich laten van het merkteken.
Hindernissen en ruimte om overstag te gaan
Bij een hindernis geeft de buitenste van overlappende boten doorgaans de binnenste ruimte om tussen haar en de hindernis te passeren, tenzij dat sinds het ontstaan van de overlap onmogelijk was. Een boot met voorrang mag kiezen aan welke kant zij passeert, maar moet bij koersverandering nog steeds ruimte geven.
De baan varen en finishen
Boten moeten starten, elk verplicht merkteken aan de juiste kant en in de juiste volgorde laten, poorten vanuit de richting van het vorige merkteken passeren en finishen. De baan wordt getoetst door het spoor als een strakgetrokken draad voor te stellen. Een baanfout kan vóór het finishen worden hersteld; alleen dichtbij een gemist merkteken varen is onvoldoende.
Voortbeweging: wind, water en uitzonderingen
De hoofdregel is dat wind en water de snelheid wijzigen of behouden. De bemanning mag zeilen en romp trimmen en zeemanschap toepassen, maar mag haar lichaam niet op andere wijze bewegen om de boot voort te stuwen. Herhaald pompen, schommelen, ooching, verboden wrikken en herhaald overstag gaan zonder verband met wind of tactiek zijn beperkt.
Strafrondjes en terugtrekken
De gebruikelijke straf op het water bij een incident met voorrangsregels is een straf van 2 rondjes; het raken van een merkteken kan met een straf van 1 rondje worden hersteld. Vaar eerst ruim vrij en draai daarna meteen in dezelfde richting, waarbij elk rondje een overstagmanoeuvre en een gijp omvat. Een wedstrijd kan een ander strafsysteem voorschrijven.
Protesten en verhoren
Een boot die wil protesteren moet de andere boot bij de eerste redelijke gelegenheid informeren. Bij een gezien incident in het wedstrijdgebied houdt dit normaal het roepen van “Protest” en het tonen van een opvallende rode vlag in. Er zijn vastgelegde uitzonderingen, waaronder de vlagvrijstelling voor kleinere boten. Het schriftelijke protest moet de partijen en het incident benoemen.
Veiligheid, drijfmiddelen en hulpverlening
Boten en deelnemers moeten alle mogelijke hulp bieden aan mensen of vaartuigen in gevaar. Elke boot beslist zelf of zij start of doorvaart en moet voldoende reddingsmiddelen meenemen, tenzij klassenbepalingen anders voorschrijven. Iedere deelnemer is persoonlijk verantwoordelijk voor het dragen van een voor de omstandigheden geschikt drijfmiddel; een wetsuit is geen drijfmiddel.
Hulp van buitenaf, eerlijkheid en milieu
Hulp van buitenaf is tijdens het wedstrijdzeilen doorgaans verboden. Uitzonderingen gelden bij gevaar of letsel, hulp om na een aanvaring los te komen, informatie die voor alle boten vrij beschikbaar is en ongevraagde informatie van een onpartijdige bron. Een persoonlijke tactische aanwijzing van een coach wordt niet toegestaan doordat die via radio of telefoon binnenkomt.
Klassenregels en uitrustingscertificaten
De Uitrustingsregels voor Zeilen bieden gemeenschappelijke termen en controlemethoden. Ze schrijven geen universele rompmaat, zeiloppervlakte of minimaal bootgewicht voor. Die grenzen komen normaal uit de toepasselijke klassen- of ratingregels. Gesloten klassenregels staan uitsluitend toe wat ze specifiek toestaan; open klassenregels staan toe wat ze niet verbieden.
Meting en evenementinspectie
Fundamentele meting stelt de fysieke eigenschappen van uitrusting vast; certificeringscontrole bepaalt of zij voor certificering aan de regels voldoet. Een evenementinspectie is een afzonderlijke controle door het technisch comité en kan metingen omvatten. Inspecteurs werken met relevante definities, meetpunten en omstandigheden, niet met een globale meting die toevallig bij de helling is gedaan.
Rompafmetingen en bootgewicht
Romplengte en totale bootlengte zijn verschillende gedefinieerde metingen. Romplengte sluit beslag uit; bootlengte gebruikt de voorste en achterste punten van de boot met rondhouten in de juiste stand en zonder zeilen. Ook breedte, diepgang en rompgewicht hebben vastgelegde betekenissen. Een getal uit een verkoopbrochure hoeft daarom niet overeen te komen met de klassenmeting.
Kielen, zwaarden, roeren en draagvleugels
Rompaanhangsels zijn onderdelen onder de gedefinieerde rompgrens die stabiliteit, driftbeperking, besturing of verwante functies beïnvloeden. Een midzwaard wordt draaiend ingetrokken; een steekzwaard zonder draaiing. Een roer stuurt hoofdzakelijk, terwijl een draagvleugel drift kan beperken of verticale lift kan leveren. Deze verschillen helpen de juiste klassenbeperking en meting te bepalen.
Masten, gieken en tuigage
Het tuig omvat rondhouten, zalingen, tuigage, beslag en relevante correctiegewichten. Staand want ondersteunt hoofdzakelijk rondhouten; lopend want verstelt vooral rondhouten, zeilen of aanhangsels. Mastmetingen gebruiken vastgelegde referentiepunten. Mastlengte, grenzen voor het zetten van zeilen en bevestigingshoogten van tuigage zijn dus geen onderling uitwisselbare omschrijvingen van dezelfde maat.
Zeiltypen en zeilen meten
De uitrustingsregels definiëren zeilen op basis van constructie, bevestiging en gemeten geometrie, niet alleen op hun handelsnaam. Voorzeilen omvatten bekende fok- en genuavormen; spinnakers kunnen symmetrisch of asymmetrisch zijn. Meetpunten aan voorlijk, achterlijk, onderlijk en hoeken bieden een vaste basis voor klassengrenzen en certificering.
Grensmarkeringen en uitrusting zetten
Grensmarkeringen zijn permanente, duidelijk zichtbare contrasterende tekens die meetpunten aangeven. Waar toepasselijk begrenzen ze hoe hoog een grootzeil staat, de positie van de giek en hoever een zeil of boegspriet uitsteekt. Een evenementbeperkingsmerk heeft een ander doel: het identificeert uitrusting waarvan vervanging tijdens die wedstrijd wordt gecontroleerd.
Reparaties, wijzigingen en uitrusting aan boord
Onderhoud behoudt de oorspronkelijke toestand tegen slijtage, reparatie herstelt die na onbedoelde schade en modificatie verandert die oorspronkelijke toestand. Dit zijn afzonderlijke uitrustingsbegrippen. Werk dat informeel reparatie heet, kan de vorm veranderen en andere toestemming onder de klassenregels vereisen. Controleer certificerings- en evenementbeperkingen voordat je uitrusting vervangt of wijzigt.
Gebaseerd op het aangeleverde officiële reglement. Verwijzingen gebruiken pdf-paginanummers; onderwerpnummers zijn redactioneel.
