Cricket / Regel 27–28

Wicket-keeper en fielders

MCC · 2017 Code · 4th edition · 2026
In het kort

Toegestane uitrusting, posities en bewegingen, illegaal fielden en de straf voor een helm op de grond.

Op deze paginaRegel 27 — De wicket-keeperRegel 28 — Velduitrusting en de balRegel 28 — Posities en bewegingBijlage E — Verbindingsmateriaal in handschoenen

Regel 27 — De wicket-keeper

Alleen de wicket-keeper mag handschoenen en uitwendige beenbeschermers dragen. Een speler wiens positie en handelingen normaal wicket-keepen onmogelijk maken, verliest de bijzondere keeperrechten. Verbindingsmateriaal in de handschoen mag alleen tussen wijsvinger en duim zitten en moet aan de vorm- en materiaaleisen voldoen.

Vanaf het bowlen moet de keeper volledig achter het wicket van de striker blijven totdat de bal het bat of lichaam van de striker raakt, het wicket passeert of de striker een run probeert. Overtreding is No ball. Grote positiewijzigingen nadat de bal in het spel komt zijn beperkt, met uitzonderingen voor beperkte voorwaartse beweging, reageren op de richting van de bal of de voorgenomen slag. Ongeldige beweging geeft Dead ball en 5 strafruns, plus een eventuele No ball- of Wide-straf.

Het recht van de striker om de bal te spelen of een geldige tweede slag te doen moet worden gerespecteerd. Hinderen kan Dead ball vereisen; opzettelijk hinderen leidt ook tot straffen voor oneerlijk spel. Een geldige slag die de keeper hindert betekent niet automatisch een dismissal, maar het verhinderen van een vangbal kan wel Obstructing the field zijn.

Regel 28 — Velduitrusting en de bal

Andere fielders mogen geen handschoenen of uitwendige beenbeschermers gebruiken; hand- of vingerbescherming vereist toestemming van de umpire. Een fielder mag het eigen lichaam gebruiken om de bal te stoppen, maar niet bewust een ander voorwerp, met de hand uitgerekte kleding of opzettelijk weggegooide uitrusting. Per ongeluk gevallen uitrusting wordt anders behandeld.

Illegaal fielden maakt de bal dood, geeft 5 strafruns en vereist een extra bal. Een No ball- of Wide-straf blijft gelden, samen met voltooide runs en een lopende run als de batters elkaar waren gepasseerd. Een ongebruikte fieldinghelm mag alleen achter de keeper in het verlengde van de stumps liggen. Raakt de bal in het spel die helm daar, dan volgen Dead ball en normaal 5 strafruns, met voltooide en gepasseerde runs; beperkingen voor Leg byes, een te vroeg vertrokken runner en een tweede slag kunnen die helmstraf uitsluiten.

Regel 28 — Posities en beweging

Bij het bowlen mogen hoogstens 2 fielders behalve de keeper achter de popping crease aan de on side staan. Een fielder geldt als erachter tenzij het hele lichaam ervoor is. Overtreding is No ball. Behalve de bowler mogen fielders niet op of boven de pitch zijn vóór contact met de striker of het passeren van het bat; voor de keeper geldt een eigen positieregel.

Zodra de bal in het spel is, zijn bewegingen vóór het bereiken van de striker beperkt tot kleine aanpassingen, toegestane voorwaartse bewegingen van fielders die niet dichtbij staan en reageren op een daadwerkelijke of aangekondigde slag. Oneerlijke beweging geeft Dead ball, 5 strafruns en een eventuele No ball- of Wide-straf; het incident wordt gerapporteerd.

Bijlage E — Verbindingsmateriaal in handschoenen

De afgebeelde handschoenspecificatie staat alleen tussen wijsvinger en duim één stuk niet-rekbaar verbindingsmateriaal toe. Met de duim volledig uitgestrekt moet de bovenrand strak staan en mag die niet uitsteken voorbij de rechte lijn tussen de toppen van wijsvinger en duim. Verbindingsmateriaal tussen andere vingers is niet toegestaan.

Onafhankelijke uitleg en vertalingen, geen officiële publicaties van de sportbonden. Gebaseerd op de aangeleverde MCC Laws of Cricket, Code 2017, 4e editie (2026). Wedstrijdvoorwaarden van competities, waaronder internationaal cricket en T20, kunnen afwijken en zijn niet aan deze gids toegevoegd. Verwijzingen gebruiken de paginanummers van de pdf.
Bronnen & werkwijze ↗