Umpires, scorers en speelomstandigheden
MCC · 2017 Code · 4th edition · 2026Wie leidt de wedstrijd, beoordeelt de veiligheid, geeft beslissingen door en controleert de score?
Op deze pagina
Regels 2–3 — Officials en afsprakenRegel 2 — Weer, licht en veiligheidRegels 2–3 — Signalen en juiste registratieRegels 2–3 — Officials en afspraken
Twee onpartijdige umpires leiden de wedstrijd, één aan elk uiteinde. Twee scorers noteren runs, wickets en waar nodig overs. Umpires moeten elke speeldag minstens 45 minuten vóór de geplande start aanwezig zijn. Vóór de toss stellen zij vast welke bal, speeltijden, pauzes, officiële klokken, veldgrenzen, afdekking en bijzondere speelvoorwaarden gelden. Relevante afspraken worden doorgegeven aan de scorers.
Umpires controleren creases, wickets, veldgrenzen en toegestane uitrusting. Zij beoordelen eerlijk spel en beslechten geschillen samen. Een beslissing mag snel worden gecorrigeerd, behalve wanneer dit in strijd is met het verbod om een Dead ball-beslissing terug te draaien; anders is de beslissing definitief.
Regel 2 — Weer, licht en veiligheid
De umpires bepalen of omstandigheden het spelen gevaarlijk of onredelijk maken. Alleen onvolmaakte omstandigheden zijn onvoldoende: een natte bal of nat gras leidt niet automatisch tot een onderbreking. Een voorzienbaar veiligheidsrisico, of omstandigheden waarin doorgaan niet verstandig is, kan een onderbreking rechtvaardigen. Een gladde ondergrond die veilig bowlen, vrij bewegen bij het fielden of batten en lopen verhindert, is onaanvaardbaar.
Elk van beide umpires mag een onmiddellijke onderbreking verlangen. Tijdens de onderbreking inspecteren zij zonder begeleidende spelers of officials. Het spel wordt hervat zodra beiden vinden dat de omstandigheden geschikt zijn.
Regels 2–3 — Signalen en juiste registratie
Scorers bevestigen elk signaal afzonderlijk; de umpire wacht op die bevestiging voordat het spel doorgaat. De registraties worden regelmatig vergeleken en bij pauzes, behalve drinkpauzes, en aan het einde met de umpires afgestemd. Meerdere sancties gelden doorgaans onafhankelijk; bij een conflict gaat de eerdere overtreding voor, tenzij een regel anders bepaalt.
- Een opgestoken wijsvinger betekent Out; één horizontale arm betekent No ball; twee horizontale armen betekenen Wide.
- Een zwaaiende arm geeft een boundary 4 aan; beide armen omhoog geven een boundary 6 aan.
- Een open hand boven het hoofd betekent Bye; het aanraken van een opgetrokken knie betekent Leg bye.
- Umpires wisselen van uiteinde nadat elk team één innings heeft voltooid. Een vervangende umpire staat normaal aan de kant van de striker, tenzij de aanvoerders anders overeenkomen.
Bronnen & werkwijze ↗
