Handbal / Regel 11

De inworp

IHF · 2025
In het kort

Aanleiding en plaats · Voeten en afstand

Op deze paginaAanleiding en plaatsVoeten en afstand

Aanleiding en plaats

Een inworp volgt als de bal volledig over de zijlijn gaat, het plafond of een voorziening erboven raakt, of na aanraking door een verdedigende veldspeler over de eigen achterlijn gaat. De tegenstander van degene die de bal het laatst raakte neemt hem. Bij de zijlijn wordt hervat waar de bal eruit ging; bij de achterlijn vanuit de hoek aan die kant. Na plafondcontact geldt het dichtstbijzijnde punt op de dichtstbijzijnde zijlijn. Laatste aanraking door de keeper over de achterlijn geeft normaal een doelworp.

Voeten en afstand

Een inworp wordt normaal zonder fluitsignaal genomen, behoudens uitzonderingen in de algemene hervattingsregels. De werper houdt één voet op de zijlijn tot de bal is losgelaten; de andere voet mag overal staan. Tegenstanders blijven normaal minstens drie meter weg. Zij mogen dichterbij staan als zij zich direct buiten hun eigen doelgebiedlijn bevinden. Deze voorwaarden verschillen van de inworp bij voetbal.

Onafhankelijke uitleg en vertalingen, geen officiële publicaties van de sportbonden. Onafhankelijke uitleg van de aangeleverde IHF-spelregels voor zaalhandbal, editie 1 juli 2025. Verwijzingen gebruiken de gedrukte paginanummers, één lager dan in de pdf-lezer. Competitie- en jeugdregels kunnen afwijken. Beachhandbal valt hier niet onder.
Bronnen & werkwijze ↗