Teams en spelersuitrusting
FIVB · 2025–2028Wie mag deelnemen, waar wisselspelers mogen opwarmen en welke uitrusting spelers mogen dragen.
Regel 4 — Spelers en staf
Een team bestaat normaal uit maximaal 12 spelers, een coach, maximaal 2 assistent-coaches, een therapeut en een arts. Bij FIVB-, wereld- en officiële seniorenwedstrijden zijn maximaal 14 spelers toegestaan en gelden bepalingen over de bank en accreditatie. Alleen geregistreerde spelers mogen spelen; na ondertekening door coach en aanvoerder kan de spelerslijst niet meer worden gewijzigd.
Niet-spelende spelers zitten op de bank of blijven in de opwarmruimte. Tijdens het spel mogen zij daar zonder bal opwarmen; tijdens time-outs mag dat zonder bal in de vrije zone achter hun veld. Tussen sets mogen zij ballen gebruiken in hun eigen vrije zone.
Regel 4 — Tenues en veilige uitrusting
Shirts, broeken en sokken moeten binnen het team gelijk zijn, behalve voor de libero. Shirts hebben normaal nummers 1–20; bij bepaalde seniorencompetities is een uitgebreidere nummering toegestaan. De nummers moeten duidelijk contrasteren, voor en achter staan en minstens 15 cm hoog zijn op de borst en 20 cm op de rug. Onder het borstnummer van de aanvoerder staat een streep van 8 × 2 cm.
De eerste scheidsrechter kan spelen op blote voeten toestaan, vervanging van natte of beschadigde tenues door exemplaren met dezelfde kleur, uitvoering en nummer, of gelijkvormige genummerde trainingspakken bij kou. Gevaarlijke voorwerpen en middelen die een kunstmatig voordeel geven zijn verboden. Een bril of contactlenzen worden op eigen risico gedragen. Beschermende compressiemiddelen zijn toegestaan; bij FIVB-seniorenwedstrijden gelden eisen voor gelijke kleuren.
Bronnen & werkwijze ↗
