Sprongballen, balbezit en het spelen van de bal
FIBA · 2026De openingssprongbal, de balbezitpijl en toegestane manieren om de bal te verplaatsen.
Op deze pagina
Artikel 12 — Openingssprongbal en vastgehouden balArtikel 12 — De balbezitpijlArtikelen 13–14 — Toegestaan spel en controleArtikel 12 — Openingssprongbal en vastgehouden bal
De wedstrijd begint met een sprongbal in de middencirkel. De springers mogen de dalende bal tikken, maar mogen hem niet vangen of meer dan tweemaal tikken voordat een andere speler of de vloer is geraakt. Het team dat niet als eerste controle over de bal krijgt, krijgt het eerste recht op beurtelings balbezit.
Artikel 12 — De balbezitpijl
Latere sprongbalsituaties worden opgelost met inworpen volgens beurtelings balbezit. Voorbeelden zijn een vastgehouden bal, onduidelijkheid over de laatste aanraking voordat de bal uitging en bepaalde situaties waarin de bal tussen ring en bord vastzit. De pijl bepaalt ook het balbezit aan het begin van latere kwarten en verlengingen. De pijl draait om wanneer de betreffende inworp eindigt. Een overtreding tijdens die inworp kost het recht op balbezit; een fout niet.
Artikelen 13–14 — Toegestaan spel en controle
De bal wordt met de handen gespeeld. Opzettelijk schoppen of blokkeren met een been, of slaan met een vuist, is een overtreding; onbedoeld beencontact niet. Teamcontrole begint wanneer een speler een levende bal vasthoudt of dribbelt, of erover kan beschikken, en blijft bestaan tijdens passes. De controle eindigt wanneer een tegenstander controle krijgt, de bal dood wordt of een schot de handen van de schutter verlaat.
Bronnen & werkwijze ↗
