Rackets
ITF · 2026De constructie, besnaring, maximale afmetingen en toegestane hulpmiddelen van rackets, met de apparatuurvoorbeelden uit het regelboek.
Op deze pagina
Regel 4 — GoedkeuringBijlage II(a–b) — Frame en slagvlakBijlage II(c) — Maximale afmetingenBijlage II(d) — Hulpmiddelen en energiebronnenRegel 4, gevallen 4–5 — Gebroken snaren en meerdere racketsRegel 4 — Goedkeuring
Goedgekeurde rackets moeten voldoen aan bijlage II. De ITF beoordeelt of een racket of prototype hieraan voldoet of anderszins mag worden gebruikt, op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende, zoals een speler, fabrikant of nationale bond. Hiervoor gelden de ITF-procedures voor beoordeling en hoorzittingen. In bijlage II zijn de SI-eenheden bepalend.
Bijlage II(a–b) — Frame en slagvlak
Een racket bestaat uit een frame en snaren. Het frame heeft een handvat en een blad, eventueel verbonden door een hals. Het blad is het deel waarin de snaren zijn bevestigd. Het handvat is het met het blad verbonden deel dat de speler normaal vasthoudt. Een eventuele hals verbindt handvat en blad.
Het slagvlak is het belangrijkste bespannen gedeelte, begrensd door de plaatsen waar de snaren het blad binnengaan of raken. De kleinste van deze oppervlakken geldt. Het moet vlak zijn, met gekruiste snaren die afwisselend boven en onder elkaar lopen of op de kruispunten zijn verbonden.
Het snarenpatroon moet in het algemeen gelijkmatig zijn en mag in het midden niet minder dicht zijn dan elders. Ontwerp en besnaring moeten beide zijden dezelfde speeleigenschappen geven. Meer dan 1 snarenstelsel op het slagvlak is verboden. Snaren in meerdere vlakken voldoen niet aan de eis van een vlak en overwegend gelijkmatig slagvlak.
Bijlage II(c) — Maximale afmetingen
- Het volledige racket mag maximaal 73,7 cm (29,0 in) lang en 31,7 cm (12,5 in) breed zijn.
- Het slagvlak mag maximaal 39,4 cm (15,5 in) lang zijn, gemeten evenwijdig aan de lengteas van het handvat.
- Het slagvlak mag maximaal 29,2 cm (11,5 in) breed zijn, gemeten loodrecht op die as.
Bijlage II(d) — Hulpmiddelen en energiebronnen
Een racket mag geen toevoeging, uitsteeksel of mechanisme hebben waarmee tijdens een punt de vorm, het traagheidsmoment rond een hoofdas of een andere fysieke eigenschap die de prestaties beïnvloedt wezenlijk kan worden veranderd.
Toevoegingen met redelijke afmetingen en plaatsing zijn toegestaan als goedgekeurde technologie voor spelersanalyse, ter beperking van slijtage of trillingen, of uitsluitend op het frame voor gewichtsverdeling. Een trillingsdemper op de snaren moet buiten het gekruiste snarenpatroon zitten.
Een ingebouwde of aangebrachte energiebron mag de speeleigenschappen niet veranderen of beïnvloeden. Een batterij voor dat doel is dus verboden, net als zonnecellen en vergelijkbare voorzieningen.
Regel 4, gevallen 4–5 — Gebroken snaren en meerdere rackets
Breken snaren per ongeluk tijdens een punt, dan mag de speler dat racket ook bij een later punt gebruiken, tenzij de organisator dit uitdrukkelijk verbiedt. Tijdens het spel mag een speler op geen enkel moment meer dan 1 racket gebruiken.
Bronnen & werkwijze ↗
