Rolstoeltennis
ITF · 2026De gewone tennisregels gelden met specifieke aanpassingen voor stuiten, service, lichaamscontact, voortbeweging en de rolstoel.
Op deze pagina
Toepassing en stuitenServerenPuntverliesConstructie en bediening van de rolstoelElektrische rolstoelen en medische aanpassingenUitzondering voor voortbeweging met de voetSamenspelen van rolstoelspelers en staande spelersToepassing en stuiten
Rolstoeltennis volgt de ITF-tennisregels met de hier beschreven wijzigingen. Een rolstoelspeler mag de bal 2 keer laten stuiteren en moet hem vóór de 3e stuit terugslaan. De 2e stuit mag binnen of buiten de baan zijn.
De rolstoel geldt als deel van het lichaam van de speler. Regels voor het lichaam gelden dus ook voor de stoel.
Serveren
Direct vóór het begin van de service staat de serveerder stil. Daarna is 1 duw toegestaan voordat de bal wordt geraakt. Tijdens de hele service moeten alle wielen achter de achterlijn blijven, tussen de denkbeeldige verlengingen van het middenmerk en de toepasselijke zijlijn.
Kan een quadspeler lichamelijk niet op de gebruikelijke manier serveren, dan mag de speler of iemand anders de bal laten vallen en laten stuiteren voordat de speler hem raakt. Zodra deze methode wordt gebruikt, moet die de hele wedstrijd worden aangehouden.
Puntverlies
- De speler verliest het punt als de bal niet vóór de 3e stuit wordt teruggeslagen.
- Behalve bij de hieronder toegestane uitzondering voor voortbeweging met een voet, verliest de speler het punt als een deel van de voeten of onderste ledematen tegen de grond of een wiel wordt gebruikt bij het serveren, slaan, draaien of stoppen terwijl de bal in het spel is.
- Bij het raken van de bal moet minimaal 1 bil contact houden met de zitting van de rolstoel; anders gaat het punt verloren.
Constructie en bediening van de rolstoel
De stoel mag van ieder materiaal zijn, mits het niet reflecteert en de tegenstander niet hindert. Bij normaal spel mogen de wielen geen blijvende sporen achterlaten of de baan anderszins beschadigen.
De zithoogte, inclusief kussen, moet vast zijn. De billen van de speler moeten tijdens een punt contact houden met de zitting. Riemen om de speler vast te zetten zijn toegestaan.
- Ieder wiel mag slechts 1 hoepel hebben. Wijzigingen die mechanisch voordeel geven, zoals hefbomen of versnellingen, zijn verboden.
- Behalve bij een toegestane elektrische rolstoel mag de voortbeweging alleen via de wielen en hun hoepels plaatsvinden. Stuur-, rem-, versnellings- en andere bedieningshulpmiddelen, waaronder systemen die energie opslaan, zijn verboden.
Elektrische rolstoelen en medische aanpassingen
Spelers die voldoen aan artikel 10 van de ITF-classificatieregels voor rolstoeltennis mogen een elektrische rolstoel gebruiken. De maximumsnelheid mag in geen enkele richting hoger zijn dan 15 km/h en alleen de speler mag de stoel bedienen. De aangeleverde regels verwijzen naar afzonderlijke classificatieregels en beschrijven die toelatingscriteria niet.
Voor een aanpassing wegens een legitieme medische reden moet minimaal 60 dagen vóór het beoogde gebruik bij een door de ITF erkend evenement een verzoek worden ingediend bij de ITF Sport Science & Medicine Commission. Tegen afwijzing is beroep mogelijk volgens hoofdstuk III van de afzonderlijke ITF-reglementen voor rolstoeltennis. Die beroepsprocedure staat niet in de aangeleverde regels.
Uitzondering voor voortbeweging met de voet
Een speler die de stoel niet via een wiel kan voortbewegen, mag hiervoor 1 voet gebruiken. De beperkingen tijdens een slag of service blijven gelden: overtreding van een van de onderstaande beperkingen levert puntverlies op.
- Geen deel van de voet mag de grond raken tijdens de voorwaartse zwaaibeweging, inclusief het moment waarop het racket de bal raakt.
- Geen deel van de voet mag de grond raken vanaf het begin van de servicebeweging totdat het racket de bal raakt.
Samenspelen van rolstoelspelers en staande spelers
Bij enkel- of dubbelspel met een rolstoelspeler en een speler zonder rolstoel volgt ieder de eigen toepasselijke regels. De rolstoelspeler mag 2 stuiten gebruiken; de andere speler slechts 1.
Onder de onderste ledematen vallen in deze regels de billen, heupen, dijen, benen, enkels en voeten.
Bronnen & werkwijze ↗
