Roeien
Bij klassiek roeien bewegen roeiers de boot met riemen terwijl zij achteruit kijken. Ploegen varen in afzonderlijke banen; de eerste geldige boeg over de finish wint. Deze uitleg volgt het aangeleverde reglement Overall & Classic Rowing van World Rowing.
Spelregels
Klassiek roeien en winnen
Bij klassiek roeien bewegen roeiers de boot met riemen terwijl zij achteruit kijken. Ploegen varen in afzonderlijke banen; de eerste geldige boeg over de finish wint. Deze uitleg volgt het aangeleverde reglement Overall & Classic Rowing van World Rowing.
Scullen, boordroeien en boottypen
Bij scullen gebruikt iedere roeier twee riemen, bij boordroeien één. De bootaanduiding vermeldt het aantal roeiers: x betekent scullen, plus of min geeft bij boordroeiboten aan of een stuur aanwezig is. De stuur telt niet mee als roeier.
Afstanden en wedstrijdbanen
De standaard internationale klassieke afstand is 2000 m rechtdoor voor senioren, jeugd en pararoeien. Masters varen normaal 1000 m. Internationale races gebruiken doorgaans maximaal 6 banen; grote World Rowing-banen bieden in beginsel extra bruikbare banen. Dit zijn geen coastal- of indoorafstanden.
Leeftijdscategorieën
Onder 19 geldt tot het einde van het kalenderjaar waarin de roeier 18 wordt. Onder 23 geldt tot het einde van het jaar waarin de roeier 22 wordt. Seniorenwedstrijden staan open voor alle leeftijden, mits aan de overige toelatingseisen wordt voldaan.
Stuur en weging
Een stuur is ploeglid en moet in wedstrijdkleding minimaal 55.0 kg wegen. Maximaal 15.0 kg ballast mag het tekort aanvullen en ligt zo dicht mogelijk bij de stuur. Gewoon wedstrijdmateriaal telt niet als ballast. Dit geldt ook voor lichtgewichtwedstrijden.
Lichtgewichtgrenzen
Bij lichte mannen mag het ploeggemiddelde maximaal 70.0 kg zijn en niemand boven 72.5 kg wegen. Bij lichte vrouwen gelden 57.0 kg gemiddeld en 59.0 kg individueel. De stuur telt niet mee; skiffeurs voldoen aan de overeenkomstige individuele grens.
Toelating bij pararoeien
Pararoeien vereist een erkende beperking en een geldige sportklasse en classificatiestatus. De klasse is geen vrije keuze op basis van voorkeur of beschikbare boot. Een roeier mag in een functionelere klasse starten dan toegewezen, maar niet in een minder functionele.
Minimumgewicht van boten
Voor klassieke boten gelden onder meer 14 kg voor skiffs, 27 kg voor dubbeltweeën en tweeën, 52 kg voor dubbelvieren, 50 kg voor ongestuurde vieren en 96 kg voor achten. Gestuurde en para-klassen hebben eigen tabelregels. De ploeg is verantwoordelijk.
Boegbescherming en voetontgrendeling
De boeg heeft een helderwitte, massieve balbescherming van minimaal 4 cm diameter, of gelijkwaardige geïntegreerde bescherming volgens het reglement. Schoenen en voetbevestigingen moeten direct ontsnappen bij nood mogelijk maken. Vastzittende schoenen mogen geen ontsnappingsgevaar vormen.
Ploegleden vervangen
Gewone wijzigingen en medische vervangingen hebben verschillende procedures. Voor de loting mag onder voorwaarden maximaal de helft van de roeiers plus de stuur worden vervangen. Een skiffeur kan niet zomaar om tactische redenen worden vervangen; daarvoor gelden ziekte- of blessurebepalingen.
Veiligheid en vaarverkeer
Ploegen houden materiaal veilig, volgen officials en respecteren de verkeersregels bij training en wedstrijden. Officials kunnen een gevaarlijke ploeg van het water houden. De organisatie verzorgt veiligheidsvoorzieningen, maar sporters en begeleiders blijven verantwoordelijk voor veilig deelnemen.
Voorwedstrijden, doorstroming en loting
Bij meer ploegen dan banen bepaalt een doorstroomsysteem de finalisten. Het gepubliceerde schema vermeldt welke plaats toegang geeft tot welke volgende ronde. Plaatsing voorkomt dat de sterkste ploegen vroeg samenkomen, maar garandeert geen kwalificatie of medaille.
Klaarliggen en starten
De eerste 100 m vormen de startzone. Toestemming van de starter is nodig en ploegen liggen minimaal 2 minuten voor de start vast op hun startpositie. De startrechter controleert uitlijning. Laatkomers riskeren een waarschuwing; de wedstrijd hoeft niet te wachten.
Valse starts
Een valse start ontstaat wanneer roeiers beginnen en de boot de startlijn passeert nadat rood licht of de rode vlag is getoond, maar vóór het startcommando. De startrechter bepaalt wie de valse start veroorzaakte; reageren op een andere boot bepaalt niet automatisch de straf.
Sturen en hinderen
Iedere ploeg blijft volledig in de eigen baan, inclusief riemen. De baan verlaten gebeurt op eigen risico. Voordeel halen of anderen hinderen kan zonder voorafgaande waarschuwing worden bestraft. Hinder omvat contact, golfslag of verstoring door binnendringen in de baan van een tegenstander.
Finish en gelijke uitslag
Een ploeg finisht zodra de boeg de finishlijn bereikt. Een gestuurde boot zonder stuur wordt uitgesloten; een verder onvolledige ploeg kan wel geldig finishen. De scheidsrechter bevestigt of de race in orde was: finishen lost niet automatisch mogelijke bezwaren op.
Waarschuwing, uitsluiting en diskwalificatie
Officials kunnen berispen, geel geven, uitsluiten of diskwalificeren; terugzetting geldt alleen waar de regels dat toelaten. Gele kaarten voor dezelfde race tellen samen: nog een kaart betekent rood en uitsluiting van het onderdeel. Uitstel of overroeien wist een waarschuwing niet zomaar.
Bezwaren en schriftelijk protest
Maak bezwaar tegen een straf wanneer deze wordt opgelegd. Bezwaar tegen het raceverloop moet vóór vertrek uit het directe finishgebied en vóór de witte vlag. Dit gaat alleen over de eigen race; een latere klacht vervangt een tijdig bezwaar niet.
Weer en overroeien
Oneerlijke of onveilige omstandigheden kunnen leiden tot andere banen, een aangepast tijdschema, onderbreking of gewijzigd programma. Bevoegde officials beslissen, niet individuele ploegen. Overroeien kan nodig zijn na onderbreking, hinder, een relevante gelijke uitslag of om eerlijke kansen te herstellen.
Elektronica en coaching van buitenaf
Tijdens races mogen ploegen geen instructies van buiten de boot ontvangen via elektrische, elektronische of andere technische middelen. Een bericht of headsetadvies wordt niet toegestaan door het prestatiedata te noemen. Ook binnenkomende en opgeslagen informatie is begrensd.
Gebaseerd op het aangeleverde officiële reglement. Verwijzingen gebruiken pdf-paginanummers; onderwerpnummers zijn redactioneel.
