ISU · 2026

Schaatsen

Langebaanschaatsen omvat individuele afstanden, allround- en sprintcombinaties, massastart en ploegonderdelen. Op gewone individuele afstanden wint de snelste geldige tijd van het hele deelnemersveld. Je ritgenoot verslaan betekent dus niet automatisch dat je de wedstrijd wint. Het aangekondigde programma bepaalt welke afstanden en wedstrijdvormen gelden.

De basis in 1 minuutHet doel · De puntentelling · De belangrijkste regels

Spelregels

01

Onderdelen en winnen

Langebaanschaatsen omvat individuele afstanden, allround- en sprintcombinaties, massastart en ploegonderdelen. Op gewone individuele afstanden wint de snelste geldige tijd van het hele deelnemersveld. Je ritgenoot verslaan betekent dus niet automatisch dat je de wedstrijd wint. Het aangekondigde programma bepaalt welke afstanden en wedstrijdvormen gelden.

02

De baan en de rijbanen

Een standaard langebaanovaal heeft een binnenbaan, een buitenbaan, een kruising en gemarkeerde bochten. Er wordt tegen de klok in gereden, met de binnenkant links. Gewone individuele afstanden worden in paren gereden, ieder in een eigen rijbaan, niet gezamenlijk in een peloton. Grote ISU-wedstrijden, wereldbekers en Olympische wedstrijden gebruiken een baan van 400m.

03

De startprocedure

Bij individuele ritten draagt de binnenstarter een witte armband en de buitenstarter een rode. Deelnemers moeten zich met de juiste herkenning in de juiste baan melden. Op het commando “Go to the start” nemen zij achter de startlijn een stabiele positie in.

04

Valse starts

Een valse start ontstaat onder meer door na “Ready” maar vóór het schot te vertrekken of opzettelijk te traag de starthouding aan te nemen. Trekt een schaatser de ander mee door te vroeg te vertrekken, dan krijgt alleen de veroorzaker die valse start. De starter roept de rijders normaal terug.

05

Wisselen en voorrang

Bij gewone individuele ritten wisselen de schaatsers op de kruising van binnen- naar buitenbaan en omgekeerd, tussen het gemarkeerde bochteinde en de volgende bocht. Wie van binnen naar buiten gaat, mag de schaatser die van buiten naar binnen gaat niet hinderen.

06

Binnen de rijbaan blijven

Schaatsers moeten in hun aangewezen rijbaan blijven. Een lijn met de hele schaats overschrijden kan ook zonder contact diskwalificatie opleveren; herhaalde vastgestelde overschrijdingen leiden daartoe, behalve bij toegestane uitzonderingen. De binnenlijn van een bocht afsnijden of markeringsblokjes met de schaats verplaatsen is verboden.

07

Inhalen en gangmaken

Wanneer schaatsers in dezelfde baan elkaar inhalen, moeten beiden een botsing helpen voorkomen. De voorste schaatser houdt zijn relatieve lijn vast. Wie naar buiten schuift om ruimte te maken, blijft daar tot de ander voorbij is. De inhalende rijder moet contact voorkomen zolang die lijn wordt aangehouden.

08

Over de finish

De afstand is voltooid wanneer de voorpunt van het ijzer van de eerst aankomende schaats na het vereiste aantal ronden de finishlijn bereikt. Niet het hoofd, de borst of de hand bepaalt dus de finish, met inachtneming van de goedgekeurde tijdwaarneming. De schaats bewust los van het ijs uitschoppen bij de finish is verboden.

09

Officiële tijden en gelijke resultaten

Grote ISU-wedstrijden vereisen automatische tijdwaarneming met de voorgeschreven reservevoorzieningen. Tijden worden officieel zodra de scheidsrechter het tijdwaarnemingsprotocol ondertekent. Een direct getoond resultaat kan dus nog voorlopig zijn; het scorebord is niet op zichzelf de definitieve uitslag.

10

Allround- en sprintpunten

Bij allround- en sprintcombinaties worden tijden naar dezelfde afstandsbasis omgerekend en opgeteld. Sneller rijden levert minder punten op; het laagste totaal wint. Elke tijd wordt gedeeld door de bijbehorende afstandsfactor. Dit is dus geen systeem waarin de winnaar van een afstand extra punten verdient. Tijden worden omgerekend naar 500m: deel een tijd op 1000m in seconden door 2.

11

Ploegenachtervolging

Bij ploegenachtervolging starten ploegen tegelijk aan tegenoverliggende zijden van de baan en gebruiken zij dezelfde wedstrijdbaan. De tijd van de derde finisher telt. Een ploeggenoot ver vooruitsturen helpt dus niet voor de eindtijd. Met minder dan drie finishers heeft een ploeg de race niet voltooid.

12

Teamsprint

Bij de teamsprint rijdt de aangewezen koprijder een deel en verlaat de race naar buiten binnen de gemarkeerde wisselzone. De volgende aangewezen schaatser neemt de leiding over. De laatste rijder rijdt het slotdeel alleen en bepaalt de eindtijd, anders dan bij een ploeg die bij elkaar blijft in de achtervolging.

13

Estafettewissels

Langebaanestafettes kennen verschillende aangekondigde vormen, ook met gemengde ploegen. Sommige wissels gebeuren door een ploeggenoot te passeren, andere vereisen contact. Ook de wisselzone verschilt per vorm. Er is dus geen universele stokwissel of dezelfde procedure voor elke langebaanestafette.

14

Massastart

Bij de massastart rijdt een groep zonder aparte rijbanen. De openingsronde is gecontroleerd: versnellen vóór het duidelijke vrijgavesignaal is verboden. Ernstig hinderen, opzettelijk blokkeren of duwen kan tot diskwalificatie leiden. Gedubbelde schaatsers moeten de race verlaten volgens de aangekondigde wedstrijdregels.

15

Schaatsen, pakken en bescherming

Schaatsen zijn passieve mechanische verlengstukken van de benen en gebruiken energie van de rijder. De ijzers kunstmatig verwarmen is verboden. Wedstrijdpakken moeten de natuurlijke lichaamsvorm volgen en aan beperkingen voor toevoegingen voldoen. Een kunstmatig gewijzigde lichaamsvorm is niet toegestaan enkel omdat die aerodynamisch voordeel geeft.

16

Diskwalificatie en overrijden

Een vastgestelde wedstrijdovertreding leidt normaal tot diskwalificatie voor die afstand. Opzettelijke overtredingen kunnen ook verdere deelname en eerdere resultaten in een combinatie raken. Niet finishen is iets anders dan diskwalificatie. Bij ploegonderdelen kan de diskwalificatie van een lid voor de hele ploeg gelden.

Gebaseerd op de aangeleverde ISU Sports Rules, geldig vanaf juni 2026. Bronverwijzingen gebruiken pdf-paginanummers; onderwerpnummers zijn redactioneel.