ISU · 2026

Shorttrack

De standaardbaan is een ovaal van 111.12 m in een overdekte ijsbaan van minimaal 60 bij 30 m. Shorttrackers rijden tegen de klok in, met de binnenkant links. Na de start delen zij de wedstrijdbaan: ze blijven niet ieder in een eigen baan en moeten veilig inhalen.

De basis in 1 minuutHet doel · De puntentelling · De belangrijkste regels

Spelregels

01

Baan en rijrichting

De standaardbaan is een ovaal van 111.12 m in een overdekte ijsbaan van minimaal 60 bij 30 m. Shorttrackers rijden tegen de klok in, met de binnenkant links. Na de start delen zij de wedstrijdbaan: ze blijven niet ieder in een eigen baan en moeten veilig inhalen.

02

Afstanden en wedstrijdvormen

Individuele standaardafstanden zijn 500, 1000 en 1500 m. Shorttrack kent massastarts voor individuele wedstrijden, aflossingen en teamwedstrijden. De positie in de rit bepaalt mede de kwalificatie; alleen een snelle tijd in een eerdere ronde maakt een schaatser nog geen winnaar van de afstand.

03

Kwalificatie en finales

Grote wedstrijden verlopen via afvalrondes naar de finales. Afhankelijk van het deelnemersveld zijn er series, kwartfinales, halve finales en herkansingen. Een herkansing biedt sommige uitgeschakelde rijders alsnog toegang tot een volgende ronde; iedere deelnemer krijgt niet automatisch een nieuwe kans.

04

Bescherming en schaatsen

Bij ISU- en Olympische wedstrijden zijn onder meer een goedgekeurde helm, snijvaste handschoenen en nekbescherming, scheen- en kniebescherming, geschikte lange kleding en goedgekeurde oogbescherming verplicht. ISU-mededelingen vullen de exacte normen aan. De schaatser blijft verantwoordelijk voor uitrusting die aan de eisen van de wedstrijd voldoet.

05

De heat box en materiaalcontrole

Schaatsers melden zich op afroep in de heat box en wachten daar voor hun rit. Officials controleren nummers en uitrusting voordat zij het ijs op mogen. Niet verschijnen of defect materiaal kan leiden tot de vermelding niet gestart, in plaats van extra voorbereidingstijd.

06

Startcommando’s en houding

Na het fluitsignaal moeten schaatsers binnen de toegestane tijd komen. Op het commando om naar de start te gaan nemen zij hun toegewezen positie in, rechtop en stil. Op het gereedcommando nemen zij direct de definitieve starthouding aan en houden die vast tot het signaal.

07

Valse starts: welke procedure geldt?

Bij ISU-wedstrijden en de Olympische en Jeugdolympische Spelen geldt geen vrije valse start: de overtreder krijgt direct een penalty. Ook bepaalde vertragingen en verkeerde startposities zijn strafbaar. Veroorzaakt een schaatser de voortijdige beweging van een ander, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de veroorzaker.

08

Inhalen en hinderen

Inhalen is gedurende de hele rit toegestaan. Totdat schaatsers naast elkaar rijden, draagt de inhaler verantwoordelijkheid voor hinderen of botsen, zolang degene die wordt ingehaald niet zelf onjuist handelt. Een inhaalpoging geeft geen recht een tegenstander uit diens lijn te dwingen.

09

Penalty’s en kaarten

Een penalty diskwalificeert de schaatser of aflossingsploeg voor die rit en verhindert doorgaan naar de volgende ronde van de afstand. Een gele kaart betreft onder meer onveilig, onsportief of schadelijk gedrag en bepaalde herhaalde overtredingen binnen een rit. Eerdere resultaten op de betrokken afstand vervallen.

10

Finish en officiële tijd

De afstand is voltooid zodra de voorste punt van een schaatsijzer de finishlijn bereikt. De romp is niet bepalend. De fotofinish bepaalt de officiële volgorde en waar mogelijk de bijbehorende tijden. Elektronische resultaten bij grote wedstrijden worden in duizendsten van een seconde vastgelegd.

11

Ronden en gedubbeld worden

Het rondenbord toont hoeveel ronden de leider nog moet rijden en verandert bij diens passage. Een bel kondigt de laatste ronde aan. Bij aflossingen wordt ook de naderende beperking op wisselen aangegeven. Rijd de officiële afstand en vertrouw niet uitsluitend op de telling van een tegenstander.

12

Aflossingsploegen en wissels

Tijdens een aflossing rijden vier schaatsers per ploeg. Een wissel wordt geldig door aanraking tussen de afgeloste en de nieuwe rijder. Tot die aanraking blijft de huidige rijder verantwoordelijk. Duwen is gebruikelijk, maar de aanraking is de juridische voorwaarde, niet een bepaalde duwtechniek.

13

Volgorde van de gemengde aflossing

Iedere gemengde aflossing wordt gereden door twee vrouwen en twee mannen over 2000 m, oftewel 18 ronden. De vaste volgorde vrouw, vrouw, man, man wordt herhaald. Binnen ieder geslacht kiest de ploeg de rijvolgorde, maar de voorgeschreven volgorde mag niet voor tactisch voordeel worden veranderd.

14

Toevoeging aan de volgende ronde

Een gehinderde schaatser wordt toegevoegd wanneer de veroorzaker wordt bestraft en de gehinderde op dat moment op een rechtstreeks kwalificerende positie reed. Mogelijke kwalificatie uitsluitend via tijd valt hier niet onder. In halve finales leidt bescherming van een B-finaleplaats tot toevoeging aan de B-finale.

15

Herstarts en opnieuw rijden

Hinderen vóór het laatste blok van de eerste bocht na de start leidt tot terugroepen; de scheidsrechter beoordeelt ook of het een overtreding was. Latere onregelmatigheden die de uitslag beïnvloeden kunnen een herstart of, na voltooiing, een nieuwe rit rechtvaardigen. Dit beslissen officials.

16

Scheidsrechter en protesten

De scheidsrechter beslist over wedstrijdgeschillen en kan toegestane videobeelden gebruiken; de starter beslist over de start. Het oordeel dat een wedstrijdregel is overtreden, of dat de uitslag zonder overtreding kan worden goedgekeurd, is volgens dit reglement definitief. Onenigheid van een coach geeft geen recht op herbeoordeling.

Gebaseerd op de aangeleverde ISU Sports Rules, geldig vanaf juni 2026. Bronverwijzingen gebruiken pdf-paginanummers; onderwerpnummers zijn redactioneel.