Aflossingsploegen en wissels
ISU · 2026Tijdens een aflossing rijden vier schaatsers per ploeg. Een wissel wordt geldig door aanraking tussen de afgeloste en de nieuwe rijder. Tot die aanraking blijft de huidige rijder verantwoordelijk. Duwen is gebruikelijk, maar de aanraking is de juridische voorwaarde, niet een bepaalde duwtechniek.
De regel
Tijdens een aflossing rijden vier schaatsers per ploeg. Een wissel wordt geldig door aanraking tussen de afgeloste en de nieuwe rijder. Tot die aanraking blijft de huidige rijder verantwoordelijk. Duwen is gebruikelijk, maar de aanraking is de juridische voorwaarde, niet een bepaalde duwtechniek.
In de praktijk
Normaal rijdt dezelfde schaatser de laatste twee ronden. De laatste wissel moet op het rechte stuk vóór het eerste bochtblok voltooid zijn; bij een val geldt een uitzondering. Inactieve ploeggenoten blijven binnen het gemarkeerde gebied. Wissels gebeuren recht vooruit, zonder zijwaarts blokkeren of andere ploegen hinderen.
Bronnen & werkwijze ↗
