Snowboarden / Onderwerp 10

Slopestyle

FIS · 2026 / 2027
In het kort

Snowboard-slopestyle combineert verschillende elementen op een afdaling, zoals sprongen, rails en boxen. De baan moet draaien in verschillende richtingen mogelijk maken zonder een bepaalde stance te bevoordelen. De eisen hangen af van het wedstrijdniveau; een lokale wedstrijd hoeft daarom niet dezelfde baan te hebben als een groot kampioenschap.

Op deze paginaEen reeks obstakelsHele run of afzonderlijke secties

Een reeks obstakels

Snowboard-slopestyle combineert verschillende elementen op een afdaling, zoals sprongen, rails en boxen. De baan moet draaien in verschillende richtingen mogelijk maken zonder een bepaalde stance te bevoordelen. De eisen hangen af van het wedstrijdniveau; een lokale wedstrijd hoeft daarom niet dezelfde baan te hebben als een groot kampioenschap.

Hele run of afzonderlijke secties

Beoordeling kan plaatsvinden op totaalindruk of per sectie. Bij sectiebeoordeling beoordelen trickjuryleden de onderdelen en compositiejuryleden de run. Een val of crash volgens de definitie in het juryhandboek levert in dit systeem nul punten op voor de latere secties. De toepassing wordt besproken tijdens de teamvergadering.

Onafhankelijke uitleg en vertalingen, geen officiële publicaties van de sportbonden. Bronverwijzingen: ICR = sportieve wedstrijdregels; Equipment = technische materiaaleisen. De nummers verwijzen naar pagina’s in de pdf-lezer. Onderwerpnummers zijn redactioneel. Snowboarden omvat tijdwedstrijden door poorten, snowboardcross en beoordeelde park- en pipeonderdelen. Bij slalom en reuzenslalom telt een snelle, correcte afdaling; parallelwedstrijden voegen rechtstreekse duels toe. Snowboardcross combineert terreinobstakels met groepsraces. Halfpipe, slopestyle, big air en street style worden beoordeeld door juryleden.
Bronnen & werkwijze ↗